De WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering) regelt een uitkering voor werknemers tot 65 jaar die langdurig (volledig of gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn. Per 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA.
voor wie?
Werknemers die op 1 januari 2006 al een WAO-uitkering hebben, blijven in de WAO. Om in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering moet een werknemer:
- voor 15% of meer arbeidsongeschikt zijn;
- 2 jaar of langer ziek zijn (wachttijd).
De werkgever is verplicht om tijdens de wachttijd het loon van de werknemer (gedeeltelijk) door te betalen.
WAO-uitkering
De WAO-uitkering is in een aantal stappen vastgesteld. Uit een medisch en arbeidskundig onderzoek (WAO-keuring) is gebleken wat een werknemer nog wel of niet kan. Op basis hiervan is het arbeidsongeschiktheidspercentage bepaald. Dit is bepalend voor de hoogte van de WAO-uitkering. De leeftijd van de werknemer bepaalt in welke fase van de WAO de werknemer terechtkomt. De WAO wordt uitgevoerd door het UWV (Uitvoering Werknemers Verzekering).
fasen
De WAO-uitkering kent twee fasen: een loondervingsuitkering en een vervolguitkering. De loondervingsuitkering is gebaseerd op het loon dat de werknemer verdiende en geldt voor een bepaalde tijd. Hoe lang dat is, hangt af van de leeftijd waarop iemand in de WAO komt. Daarna gaat de vervolguitkering in. Deze uitkering is gebaseerd op het minimumloon plus een aanvulling en kan lager uitvallen.
Premievrijstelling voor pensioen
Als een werknemer deelneemt in een pensioenregeling en een WAO-uitkering ontvangt, komt hij mogelijk in aanmerking voor een premievrij pensioen.
WAO-gat
Bij arbeidsongeschiktheid gaat iemand al snel van de loondervingsuitkering naar de lagere vervolguitkering. Werknemers die jonger dan 33 jaar zijn, komen zelfs al meteen in de vervolguitkering. Het verschil in inkomsten tussen de loondervingsuitkering en de vervolguitkering wordt aangeduid met de term WAO-gat. Sommige werkgevers hebben hiervoor een collectieve voorziening.