Met de invoering van de Pensioenwet op 1 januari 2007 zijn de principes voor goed pensioenfondsbestuur (ook wel Pension Fund Governance of PFG) van kracht geworden voor pensioenfondsen en verzekeraars die pensioenregelingen uitvoeren.
De principes zijn tot stand gekomen in overleg tussen sociale partners en organisaties van pensioenuitvoerders en vervolgens wettelijk verplicht gesteld. De naleving van de principes moet zorgen voor meer openheid en transparantie naar de premiebetalers (werkgevers en werknemers). Bovendien moet er verantwoording worden afgelegd over het gevoerde beleid aan zowel werknemers, werkgever(s) en pensioengerechtigden. Daarnaast komt er een intern toezichtorgaan, dat kritisch kijkt naar de inrichting van de processen en bijvoorbeeld een oordeel velt over de wijze waarop het fonds de uitvoering van de pensioenregeling heeft uitbesteed aan een verzekeraar of administratiebedrijf. Ook de deskundigheid van het pensioenfondsbestuur is een belangrijk onderdeel van Pension Fund Governance.
Hieronder staat een uitgebreide beschrijving van de kernelementen uit de principes die moeten zorgen voor een verder geprofessionaliseerd pensioenfondsbestuur.
Zorgvuldig bestuur
Het pensioenfondsbestuur is zich bewust van zijn verantwoordelijkheden. Daarnaast weet het bestuur hoe het deze verantwoordelijkheden moet dragen en aan wie het verantwoording aflegt. Onder de verantwoordelijkheden van het bestuur valt het naleven van de statuten, de reglementen, de relevante wet- en regelgeving en het beheersen van de risico’s. Daarbij stelt het bestuur zich onafhankelijk op ten opzichte van de (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en financieel betrokken werkgevers. Daarnaast stelt het bestuur een klachten- en geschillenprocedure op. De eindverantwoordelijkheid voor de administratieve organisatie en de externe uitvoerders ligt tot slot ook bij het bestuur. Onafhankelijke deskundigen houden op adequaat en transparant intern toezicht op het functioneren van het bestuur.
Verantwoording
Het pensioenfondsbestuur legt regelmatig verantwoording af over het gekozen beleid aan alle belanghebbenden. Het bestuur laat zien, dat het in de voorgaande periode de belangen van actieve en gewezen deelnemers evenwichtig behartigde.
Medezeggenschap
Het bestuur stelt een Verantwoordingsorgaan (VO) in. Actieve deelnemers en gewezen deelnemers zijn in een goede verhouding vertegenwoordigd. Bijvoorbeeld via de deelnemersraad. Ook financieel betrokken werkgevers nemen plaats in het VO. Het bestuur legt minstens een keer per jaar verantwoording af aan het VO over het gekozen beleid, de uitvoering en naleving van de principes.
Intern Toezicht
Onafhankelijke deskundigen houden toezicht op het functioneren van het pensioenfondsbestuur. Het bestuur kan voor de inrichting van het Interne Toezicht kiezen uit vier mogelijkheden:
- Het bestuur stelt een visitatiecommissie samen en benoemt deze ook. De visitatiecommissie bestaat ten minste uit drie externe deskundigen. De visitatiecommissie beoordeelt minimaal één keer in de drie jaar het functioneren van het pensioenfonds.
- Het bestuur stelt een onafhankelijk orgaan in. Het bestuur legt in de statuten vast op welke manier en wie de onafhankelijke leden benoemt.
- Het bestuur werkt volgens een one tierboard-model. een bestuursmodel waarbij het bestuur deels bestaat uit leden die belast zijn met de dagelijkse gang van zaken en deels uit leden die meer op afstand staan en toezicht uitoefenen op het bestuur.
- Het bestuur benoemt een auditcommissie. De commissie bestaat uit ten minste drie onafhankelijke leden. De auditcommissie rapporteert één keer per jaar aan het bestuur.
Deskundigheid, openheid en transparantie
Het pensioenfondsbestuur handelt deskundig, open en transparant in het vaststellen en uitvoeren van het beleid. Het bestuur stelt ook een plan op ter controle van zijn eigen deskundigheid. Evaluatie van het bestuur als geheel en van de afzonderlijke bestuursleden vindt regelmatig plaats. Als hier aanleiding toe is, kan het bestuur een van zijn leden vervangen. Het bestuur geeft inzicht in het beleid en de besluitvorming. Een belangrijk middel is het jaarverslag, dat voldoet aan de nieuwe wettelijke eisen. Het bestuur verkrijgt transparantie door het voeren van een gedegen communicatiebeleid. Daarbij draagt het bestuur zorg voor een begrijpelijke voorlichting over de pensioenresultaten, het pensioenfonds en veranderingen relevant voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden.