Op grond van de Pensioenwet mag alleen nog de pensioenuitvoerder een klein pensioen afkopen. Een klein pensioen is een pensioen dat minder bedraagt dan de afkoopgrens (voor 2007 is dit € 400). Nieuw is dat de Pensioenwet meer momenten van afkoop toestaat. Voor het afkopen van een klein pensioen heeft de pensioenuitvoerder niet altijd toestemming nodig. En in een aantal gevallen kan de pensioenuitvoerder slechts afkopen als tegen de afkoop geen bezwaar wordt gemaakt.
Zonder toestemming
Als een deelnemer zijn of haar deelneming aan de pensioenregeling beëindigt en niet aangeeft voor waardeoverdracht te kiezen, mag de pensioenuitvoerder het (klein) ouderdompensioen zonder toestemming na twee jaar na het einde van de deelneming of op de eerder gelegen (reguliere) pensioeningangsdatum, afkopen. De pensioenuitvoerder moet de afkoop dan binnen zes maanden uitvoeren.
Bij scheiding of bij einde van de samenwoning mag de pensioenuitvoerder het bijzonder partnerpensioen afkopen. De uitvoerder moet dit binnen zes maanden na de scheiding of einde van de samenwoning uitvoeren.
Komt een deelnemer te overlijden waardoor het partnerpensioen ingaat, dan mag de pensioenuitvoerder dit recht op partnerpensioen afkopen. Hierbij geldt dat de pensioenuitvoerder dit binnen zes maanden na de ingangsdatum van het partnerpensioen uitvoert.
Met toestemming
De pensioenuitvoerder kan ouderdompensioen dat al is ingegaan en bij ingang hoger was dan de afkoopgrens, maar op een gegeven moment alsnog beneden de afkoopgrens valt, alsnog afkopen. Dit kan alleen als de pensioengerechtigde hiermee instemt.
Kleine ingegane pensioenen en pensioenaanspraken die niet zijn afgekocht binnen de door de Pensioenwet gestelde termijnen, mag de pensioenuitvoerder afkopen. De gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde moet wel met de afkoop instemmen.
Klein partnerpensioen dat vóór 1 januari 2007 inging kan slechts worden afgekocht als de pensioengerechtigde met de afkoop instemt. Bijzonder partnerpensioen van een vóór 1 januari 2007 gescheiden partner kan slechts met instemming van de gewezen partner worden afgekocht.
Geen bezwaar
De pensioenuitvoerder mag het (klein) ouderdompensioen afkopen, als een deelnemer zijn of haar deelneming aan de pensioenregeling vóór 1 januari 2007 beëindigde. De pensioenuitvoerder mag deze afkoop 2 jaar na het einde van de deelneming of op de eerder gelegen (reguliere) pensioeningangsdatum uitvoeren. Tenzij de gewezen deelnemer daartegen bezwaar maakt.
Emigratie
Afkoop van ouderdompensioen in het kader van emigratie is vanaf 1 januari 2007 niet meer mogelijk. Ook niet als de emigratie vóór 1 januari 2007 plaatsvond en het verzoek tot afkoop pas op of na 1 januari 2007 bij de pensioenuitvoerder is ingediend.