De Pensioenwet stelt een zorgplicht in voor uitvoerders van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid. Uitgangspunt is dat de pensioenuitvoerder verantwoordelijk is voor de beleggingen en zorgvuldig belegt in het belang van de deelnemers.
De pensioenuitvoerder biedt de deelnemers en de gewezen deelnemers de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen. In dat geval adviseert de pensioenuitvoerder de deelnemers of de gewezen deelnemers over beleggingskeuzes en de bijbehorende risico’s. Het advies gaat over spreiding van de beleggingen en verminderen van het risico naar mate de pensioendatum nadert. De deelnemers zijn vrij het advies wel of niet op te volgen. Hun beleggingsvrijheid wordt dus niet beperkt.
Ook houdt de zorgplicht een toetsing in van de begrenzingen. Als deelnemers de vrijheid hebben zelf te beleggen, brengt dit immers extra risico’s met zich mee: de gemiddelde deelnemer belegt minder deskundig dan een professional. Daarom controleert de verzekeraar minstens één keer per jaar of de beleggingen van deelnemers of gewezen deelnemers passen binnen de gestelde grenzen. De verzekeraar stelt de betrokkenen vervolgens op de hoogte van zijn bevindingen.