Elektrische installaties worden uitgebreid en aangepast, nieuwe machines worden geplaatst en bestaande machines worden verplaatst. De aansluiting van apparatuur op het elektriciteitsnet gebeurt vaak via een ‘tijdelijke’ aansluiting die dan jaren blijft bestaan.
Ondernemers realiseren zich vaak niet dat je moet nagaan of aanpassing van de elektrische installatie nodig is als de bestemming van een ruimte wijzigt. Denk aan ruimtes die worden ingericht als spuiterij of vloeistofberging. Of aan ruimtes waar accu’s worden opgeladen en ruimtes die een ‘natte’ bestemming krijgen.
Wanneer de omgevingstemperatuur hoger wordt, zijn kabels eerder aan hun maximaal toegestane belasting en moeten zekeringen worden aangepast of kabels worden vervangen. Dit speelt bijvoorbeeld bij het plaatsen van compressoren en pompen. Wanneer een bedrijf het machinepark gaat uitbreiden of vervangen, kan het afgenomen vermogen veel hoger worden. Vaak wordt vergeten de voedingskabels te controleren en aan te passen, waardoor de bestaande kabels overbelast kunnen raken.
Na de aanschaf van nieuwe elektrische apparatuur worden vaak verlengsnoeren gebruikt die ook onderling weer worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat een wirwar van snoeren. Als deze snoeren ook nog eens worden gecombineerd met aansluitingen van andere systemen, dan wordt het bij een storing en ook bij wijzigen lang zoeken met een grote kans op fouten, overbelasting en wederzijdse beïnvloeding.
Tips bij het wijzigen van een bestaande installatie:
- Stel vast of aanpassing van de elektrische installatie nodig is als de bestemming van een ruimte verandert.
- Laat uitbreiding van de installatie doorvoeren door een
een door Interpolis goedgekeurd inspectiebureau. - Controleer bij vervanging van machines en apparaten of aanpassing van bekabeling en zekeringen nodig is.
- Let er bij de aanschaf van apparatuur op dat deze voldoet aan de geldende normen. Stel zelf uw eisen op voor de leverancier als dat nodig is.