Een beschikbare premieregeling is een specifiek product op basis van beleggen. Dergelijke producten hebben te maken met langere en kortere looptijden, leeftijdscategorieën, deelnemers die wel premie betalen, gepensioneerden en premievrije deelnemers. Daarom moest een norm worden ontwikkeld die recht doet aan al die verschillende deelnemerscategorieën. Uiteindelijk is in overleg met de Stichting van de Arbeid en de Ombudsman een norm vastgesteld die rekening houdt met zowel de ingelegde premie als de waardeontwikkeling. Daarom sluit de norm goed aan bij het collectieve karakter (via de werkgever) van een BPR.
De toetsnorm bestaat uit twee elementen. Ten eerste wordt een kostenmaximum gehanteerd van 1,5 procent per jaar over het belegd vermogen (c.q. de beleggingswaarde). Daarnaast geldt per jaar een maximum van 9,5 procent van de premie die dat jaar is betaald. Met deze twee elementen berekenen we het pensioenkapitaal op de pensioendatum. Als over het kapitaal bij leven op de pensioendatum méér kosten zijn ingehouden dan volgens deze toetsnorm is toegestaan, wordt het verschil gecompenseerd (in principe door toevoeging aan het kapitaal).