Acceptatie-eisen en adviezen voor de Verstikkingsschade­verzekering

Interpolis Agro verzekert op de verstikkingsschade­verzekering schade aan dieren die wordt veroorzaakt door een storing in, of uitval van, klimaat­regelings-, voeder-, drink- of verlichtingsaparatuur. Voor deze verzekering is alarmering verplicht. Graag vertellen wij u wat onze eisen aan dit alarmsysteem zijn.

Het alarmsignaal reageert direct bij:

1-fase ventilatoren: 

  • Uitval van de voedingsspanning van elke ventilator eindgroep. 
  • Uitval van voedingsspanning naar de mestbandbeluchting als deze behoort tot de aanwezige ventilatiecapaciteit.   

3-fase ventilatoren: 

  • Uitval van één van de 3 fasen naar elke ventilator eindgroep. 
  • Uitval van de stuurspanning.    
  • Op een 3-fase ventilatoreindgroep zijn geen andere verbruiker(s) aangesloten.    

Frequentieregelaars:  

  • Uitval van één van de 3 fasen naar de frequentieregelaar. 
  • “Alarm” situatie van één van de parameters (bijvoorbeeld thermisch). 

Alarmsignaal temperatuur:

Per dierverblijfsruimte is er een minimum en maximum temperatuuralarm ingesteld.

Alarmsignaal relatieve luchtvochtig­heid:

Als het stalklimaat automatisch wordt geregeld op basis van relatieve luchtvochtig­heid is het alarmsysteem voorzien van een RV-alarm.

Op een 3-fase ventilatoreindgroep zijn geen andere verbruiker(s) aangesloten.

Elke ventilator is voorzien van een overbruggingsschakelaar (hand-0-automaat).

Dit is een schakelaar waarmee de voedingsspanning direct op de ventilator gezet kan worden, buiten alle beveiligingen en regeltechniek om. Uitzondering: bij toepassing van EC-ventilatoren (pluimveestallen) moet minimaal 70% van de ventilatiecapaciteit kunnen worden overbrugd.

Ontvangst alarm:

  • Verzekerde is verantwoordelijk voor doormelding en ontvangst van de alarmsignalen.
  • Het akoestische alarmsignaal moet altijd worden ontvangen door minimaal één persoon, die snel ter plaatse kan zijn en adequaat kan optreden. 
  • De alarmdoormelding via een telefoonkiezer moet altijd gaan naar minimaal twee telefoonnummers van één of meerdere personen, waarna direct wordt gereageerd op een alarmmelding. 
  • De alarmdoormelding gaat bij voorkeur naar een semafoon (pieper). Als niet binnen vijf minuten wordt gereageerd, moet de alarmmelding naar een tweede telefoonnummer gaan, bijvoorbeeld een GSM of een vaste lijn.  
  • De telefoonkiezer is voorzien van overspanningsbeveiligingen voor de telefoonlijn en de voeding.  
  • De telefoonkeizer is als eerste op de telefoonlijn aangesloten, zodanig dat een alarmdoormelding altijd voorrang neemt op andere aangesloten toestellen.
  • Noodvoeding/accu’s in de alarmunit en/of de telefoonkiezer mogen niet ouder zijn dan twee jaar. Als de alarmunit en/of de telefoonkiezer is voorzien van een accuzelftest-indicator hoeft de accu pas te worden vervangen als de indicator dit aangeeft.    

Telefonie:

I.S.D.N.

  • De alarmdoormelding neemt voorrang op alle uitgaande gesprekken. 
  • De I.S.D.N.-centrale is voorzien van een noodstroomvoorziening. 
  • Voor het NT-kastje is een overspanningsbeveiliging aangebracht.       

A.D.S.L.

  • Een ADSL pakket op de telefoonlijn kan een alarmmelding verstoren of blokkeren  
  • Het gebruik van alleen een mobiele telefoon kan problemen opleveren. Het GSM-netwerk is niet geschikt voor alarmdoormeldingen. Een semafoon, liefst in combinatie met een sirene en/of meerdere telefoonnummers, geeft de meeste zeker­heid van alarmontvangst. 
  • Gebruik bij de alarmdoormelding via een telefoonkiezer de optie “reset door terugbellen”.  
    Doormelding naar een alarmcentrale is, onder strikte voorwaarden, ook een uitstekende mogelijk­heid. 

Wordt er gebruik gemaakt van een automatische inkomend noodstroomaggregaat? Let u dan op het volgende:

  • Verzekerde moet een alarmsignaal krijgen op het moment dat de netspanning is weggevallen 
  • Het noodstroomaggregaat moet voldoende vermogen kunnen leveren om de maximale bedrijfslast over te kunnen nemen 
  • Het vermogen van de accu’s moet altijd voldoende zijn om het noodstroomaggregaat te starten. 
  • Er moet voldoende toevoer van lucht zijn voor de koeling en de verbranding om het noodstroomaggregaat onder “warm weer” omstandigheden continu vollast te kunnen laten draaien 
  • De tank van het noodstroomaggregaat moet zijn gevuld met “winter” diesel 
  • Er moet op het bedrijf voldoende “winter” diesel aanwezig zijn om het noodstroomaggregaat 24 uur te kunnen laten draaien 
  • De doorvoer van de uitlaat van het noodstroomaggregaat naar buiten moet voldoende vrije ruimte hebben, of er moet een speciale doorvoer zijn gebruikt die geschikt is voor hoge temperaturen 
  • Laat het noodstroomaggregaat minimaal één keer per maand een uur lang belast draaien.   

Tot slot:

Wij hebben voor onze klanten een advieskaart gemaakt over alarmering in de intensieve veehouderij. Hiermee geven we hen adviezen voor aanschaf, aanleg, gebruik en onderhoud van hun alarminstallatie. PDF document: Bestandsgrootte: 68 KBU kunt deze advieskaart hier downloaden.

Venster sluiten
Venster sluiten

Login

Met Mijn Interpolis heeft u altijd inzicht in uw verzekeringen en kunt u uw persoonsgegevens wijzigen.

hiddenfields