inline/alertinline/chevron-leftinline/chevron-left-aquainline/chevron-rightinline/chevron-right-aquainline/clearinline/logininline/logoutinline/menu-closeinline/menu-openinline/modal-closeinline/modal-close-whiteinline/next-aquainline/play-largeinline/pointer-moreinline/previous-aquainline/searchinline/social-facebookinline/social-instagraminline/social-linkedininline/social-twitterinline/social-youtube
Dossier agrarisch

Uw gewas bespuiten

Voorkom schade door overwaaien

    Bespuit u uw gewas? Dan bestaat de kans dat spuitmiddelen ‘overwaaien’ naar het perceel van uw buurman of naar andere gewassen of personen. Door zorgvuldig en onder de juiste omstandigheden te spuiten verkleint u de kans op schade aan andere percelen en personen. Met onze tips en adviezen helpen wij u graag.

    Voordat u begint

    • Zorg voor duidelijke afspraken over veilige bespuitingen met uitvoerende medewerkers, handel hiernaar en leg deze vast in een spuitinstructie.
    • Gebruik alleen wettelijk toegestane middelen.
    • Volg de bepalingen op het etiket: juiste gewas, juiste dosering, juiste techniek en houd de vereiste afstand tot watergangen.
    • Zorg dat de bespuiter beschikt over een geldig bewijs van vakbekwaamheid (spuitlicentie).
    • Houd een goede administratie bij. Noteer de datum, perceel, toegepast middel, dosering en eventuele bijzonderheden.
    • Laat u niet afleiden door anderen tijdens het voorbereiden van de spuitwerkzaamheden.

    Aandachtspunten

    • Laat de spuitmachine elke 3 jaar keuren en zorg tussentijds voor een goede staat van onderhoud.
    • Controleer minimaal 1 keer per maand of de afzonderlijke spuitdoppen nog de juiste afgifte hebben.

    Spuitwerk langs watergangen

    Onderstaande tips gelden ook voor aangrenzende gewassen, zoals boomgaarden, boomkwekerijgewassen en tuinbouwgewassen.
    • Gebruik de voorgeschreven driftarme doppen en houd daarbij rekening met de juiste druk.
    • Begin de spuitwerkzaamheden niet langs een watergang of gewas. Bekijk op deze manier het effect van de wind en het weer.
    • Bij geen wind: voer dan als eerst het spuitwerk langs de watergangen uit.
    • Bij verwachte neerslag: stel het spuitwerk langs watergangen uit.
    • Houd rekening met gewassen op omliggende percelen, zorgcentra, scholen en natuurgebieden.
    • Kies de geschikte (weers)omstandigheden om te spuiten.
    • Let op het risico van drift bij windstil weer en/of hoge luchtvochtigheid.

    Na afloop van de spuitwerkzaamheden

    • Zet de spuitmiddelen op de juiste plaats in de opslag terug.
    • Laat middelen altijd in de originele verpakking.
    • Spoel lege verpakkingen direct om en ruim ze op volgens de aanwijzing op het etiket.
    • Reinig de spuitmachine altijd én volledig bij omschakeling naar andere middelen, zeker in combinatie met wisseling van gewas.
    • Houd bij het reinigen rekening met de ‘dode punten’ in het systeem, die bij het spoelen slecht of niet meegenomen worden.
    • Gebruik tankreinigingsmiddelen.

    Hebt u vragen over gewasbespuitingen?

    Neem dan contact op met uw verzekeringsadviseur.