1. Elektrische installaties.
Een agrarisch bedrijf is afhankelijk van de elektrische installatie. Voor verlichting, verwarming, ventilatie, beveiliging, maar ook voor de aansturing van drink-, voer- en melkmachines. Verkeerde aanleg, slecht onderhoud, oververhitting en kortsluiting kunnen leiden tot brand.
Tips voor veilige aanleg, onderhoud en gebruik van je elektrische installatie.
Regelmatige inspectie van de elektrische installatie geeft inzicht in fouten en onveilige situaties. Met dit inzicht kun je onderhoud uitvoeren voor er problemen ontstaan.
Lees meer over de Interpolis Elektrakeuring voor agrarische bedrijven.
Steeds vaker is er op agrarische bedrijven een zonnestroominstallatie aanwezig.
Laat voor een veilige aanleg en periodiek onderhoud van de zonnestroominstallatie een SCIOS Scope 12 inspectie uitvoeren. Alle onderdelen van de installatie worden dan beoordeeld: van zonnepanelen, omvormers en connectoren tot aan de hoofdaansluiting. Deze beoordeling geeft je inzichten, waarmee je je bedrijf veiliger kan maken.
Lees meer over de SCIOS Scope 12 inspectie.
2. Menselijk handelen en brandgevaarlijk werk.
Je kunt veel regelen om je bedrijf brandveilig te maken. Vanuit
bouwaard en techniek, maar ook over hoe je het bedrijf dagelijks onderhoudt en gebruikt. Brandgevaarlijk werk, zoals lassen en slijpen naast hooi, stro, zaagsel, een mestput of brandbare isolatie, is vragen om moeilijkheden: 1 vonk kan al leiden tot brand of een ontploffing. Ook machines, waaronder tractoren, shovels en voermengwagens kunnen vlamvatten. Plaats deze machines daarom bij voorkeur op een andere plaats dan in een stal met dieren. Acculaders van voertuigen kunnen zorgen voor zelfontbranding. Plaats deze voertuigen op veilige afstand van dieren én brandbare materialen.
Tips voor veilig lassen & slijpen, voor
veilige mestopslag en voor
veilig omgaan met accu's en batterijen.
3. (Hooi)broei.
Broei ontstaat door een natuurlijke opwarming van organisch materiaal, zoals samengepakt hooi of stro. De stijgende temperatuur kan leiden tot zelfontbranding van het hooi. Minder bekend is brand door broei van doeken met oplosmiddelen in een afvalbak. Een slimme oplossing hiervoor is het gebruik van vlamdovende afvalbakken.
Tips om de kans op hooibroei te verkleinen.
4. Verwarming.
Bij het gebruik van gasstralers, heaters, heteluchtkanonnen, warmtelampen en waterverwarming komt veel hitte vrij en ze kunnen vonken afgeven. Dit kan brand veroorzaken.
Tips voor veilig gebruik van verwarmingsbronnen.
5. Blikseminslag en inductie.
Brand door blikseminslag of inductie is meestal een gevolg van vlambogen, oververhitting of vonken in combinatie met brandbaar materiaal. Bliksem is zo’n vlamboog. Het is een elektrische ontlading vanuit wolken, die direct kan inslaan in een gebouw of op een terrein. Met brand als gevolg. Bliksem kan ook een magnetisch veld opwekken waardoor inductie ontstaat. Inductie verspreidt zich via geleidende delen, en kan zo bijvoorbeeld in het elektriciteitsnet komen. Een indirecte inslag van bliksem in de elektrische installatie verhoogt de kans op brand.
Tips om schade door bliksem en inductie te voorkomen.