Op vakantie met de camper: hier moet je op letten

De camper is voor veel mensen het ideale vervoersmiddel om mee op vakantie te gaan. Je kunt jezelf ermee van A naar B verplaatsen, maar je hebt ook meteen je verblijf- én slaapplaats bij je. Natuurlijk zijn er wel een aantal zaken waar je op moet letten. In dit artikel zetten we ze op een rij, zodat je er onbezorgd met de camper op uit kunt.

Zorg dat je over het juiste rijbewijs beschikt

Welk rijbewijs je nodig hebt om een camper te besturen, hangt helemaal af van het maximale gewicht van de camper en het maximale aantal personen dat je kunt vervoeren. Je hebt voor het besturen van een camper vaak genoeg aan een rijbewijs B. Dit rijbewijs voldoet als de camper maximaal 3.500 kilo weegt en maximaal 8 personen (inclusief jijzelf) kan vervoeren. Weegt je camper tussen de 3.500 en 7.500 kilo? Dan heb je rijbewijs C1 nodig. Bij een camper zwaarder dan 7.500 kilo is de eis een C-rijbewijs. 

Ook al beschik je over het juiste rijbewijs, houd er rekening mee dat een camper niet hetzelfde rijdt als een auto. Het is daarom verstandig om vooraf goed te oefenen met wegrijden en remmen. Een extra tip is om altijd de lengte, het gewicht en hoogte van je camper binnen handbereik te hebben. Je wil een botsing door een tunnel of te kleine parkeerplaats natuurlijk vermijden.

Laad de camper goed in

Het is belangrijk om niet eindeloos veel spullen mee te nemen. Dit is niet alleen voordeliger door een lager brandstofverbruik, maar ook voor het rijcomfort. Verdeel de bagage die je meeneemt bovendien goed over de gehele camper, zodat de zwaarste spullen niet op dezelfde plek liggen.

Berg daarnaast breekbare of waardevolle spullen in de camper zo goed mogelijk op. Bijvoorbeeld in afsluitbare kastjes en opbergruimtes. Op die manier slingeren de spullen niet in het rond bij een scherpe bocht of als je hard moet remmen. Controleer voor vertrek altijd of opbergruimtes en kasten goed vergrendeld zijn. Zo voorkom je dat de deuren of kleppen openzwaaien tijdens het rijden.
Een camper met de deur open

Regel je verzekeringen

Trek je erop uit voor een welverdiende vakantie, is een goede reisverzekering een must. Controleer altijd voordat je op weg gaat of de dekkingen die je aan hebt staan passen bij jouw situatie. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor aanvullende dekkingen voor bagage, annulering of voertuighulp. 
 
Het is ook verstandig om een camperverzekering af te sluiten. Een WA-verzekering is verplicht, zodat je verzekerd bent voor materiële schade en letselschade die je met de camper aan anderen veroorzaakt. Je kunt de verzekering uitbreiden met beperkt casco als je schade aan je eigen camper door storm, brand of diefstal wil verzekeren. Je kiest voor volledig casco als je jouw camper ook wil verzekeren voor schade door bijvoorbeeld een botsing of vandalisme. 
 
Neem op reis altijd je groene kaart mee. Dit is een internationaal verzekeringsbewijs voor je voertuig: hiermee toon je aan dat je camper WA verzekerd is. De groene kaart is deze zomer digitaal beschikbaar in onze Interpolis App, zodat je deze niet meer los hoeft mee te nemen en je deze altijd en overal bij je hebt.

Plan voor vertrek een onderhoudsbeurt in voor je camper

Je wil onderweg natuurlijk niet stil komen te staan. Geef je camper daarom voor vertrek een onderhoudsbeurt. Verhoog bijvoorbeeld de bandenspanning, zodat deze overeenkomt met de lading van de camper, controleer de vloeistoffen en vul deze eventueel bij en kijk of de verlichting nog goed werkt. Zorg er ook voor dat je watertank nauwelijks gevuld is en dat de gasfles dicht zit. En vergeet niet om voor onderweg wat reservemateriaal mee te nemen! Zo kun je kleine ongemakken zelf oplossen.

Weer terug van je vakantie? Stal je camper goed 

Na terugkomst wil je natuurlijk je camper zo netjes en schoon mogelijk weer op de stallingsplaats zetten. Geef de camper daarom een flinke schoonmaakbeurt, haal de koelkast leeg, pomp de banden op, sluit de gasflessen af en berg deze op, leeg de watertank en verwijder de boord- en startaccu.